E-mail updates

Wil je op de hoogte gehouden worden wanneer ik nieuwe pagina's publiceer? Laat je naam en e-mail adres dan hier achter. Ik stuur geen spam en verkoop je gegevens niet, beloofd :)

John wist niet wat te doen. Er was een lichtschijnsel, hetgeen betekende dat er iemand was, maar niemand gaf antwoord wanneer hij riep, en dat is geen goed teken, hoe je het ook interpreteert. Maar voordat John de kans kreeg om verder te lopen of weg te lopen (welke van de twee het zou worden had hij nog niet besloten) leek het licht op hem af te komen. Eerst werd het feller, daarna werd het groter, en het groeide razendsnel richting John. Toch voelde hij niet de behoefte om weg te rennen, het licht voelde niet aan als een dreiging. Het gaf hem zelfs een gevoel van rust, het soort rust waar mensen over vertellen wanneer ze het licht hebben gezien aan het einde van de tunnel. Maar er was geen tunnel, er was slechts een oude, verlaten winkel en voor zover John wist, was hij niet stervende of dood. Toen zijn ogen langzaam aan het licht wenden, zag hij dat er meer was dan alleen licht. Het duurde even voordat hij kon zien wat dat was.

Zijn ogen waren nog steeds enigszins verblind door de felheid van het licht in de donkere ruimte, maar naarmate zijn ogen zich aanpasten, zag hij iets wonderbaarlijks gebeuren. De winkel lichtte niet alleen op, maar leek weer tot leven te komen. Iedere muur, ieder oppervlak dat werd aangeraakt door het licht, leek weer terug te keren in z’n oorspronkelijke staat. De koude betonnen vloer die seconden geleden nog bezaaid lag met glasscherven en puin, was nu ineens bedekt met een prachtig mozaïek van roze, gele en witte tegels. John keek op en zag hoe er bloemen verschenen in iedere hoek van de ruimte, alsof ze uit de muren, uit de vloer en zelfs uit het plafond kwamen groeien. Binnen een paar seconden was het donkere en vervallen gebouw omgetoverd in een lawine van kleur en licht, zo fel en helder dat John z’n ogen nauwelijks open kon houden. Maar hij hield ze wel degelijk open, want hij wilde geen seconde missen van dit ongelooflijke wonder dat zich vlak voor z’n ogen afspeelde.

Plotseling hoorde John het geluid van iets groots en hards dat op de grond viel, gevolgd door een fel licht dat achter hem optrok. Het was het houten bord dat tegen de gebroken ruit was getimmerd en dat nu op de grond was gevallen. John had zich nog net op tijd omgedraaid om het houten bord in miljoenen kleine stukjes te zien versplinteren, die vervolgens leken te transformeren in kleine glasdeeltjes, die als door onzichtbare handen de lucht in werden getild en hun oude plek in het houten raamkozijn hervonden. Het was alsof John een video bekeek van een brekende ruit die achterstevoren werd afgespeeld, maar voordat John de tijd had om na te denken over wat hij precies had gezien, werd zijn aandacht gevangen door iets anders. Het was een vreemd krakend, zoemend geluid, dat klonk aan de andere kant van de winkel. John herkende het niet direct, maar hij voelde hoe zich plotseling een bekend fijn gevoel van hem meester maakte. Hij sloot zijn ogen om zich te concentreren, en langzaam maar zeker werd het geluid duidelijker. Het was muziek, oude muziek doordrongen van de heerlijke kraakgeluiden van toen muziek nog alleen op vinyl te beluisteren was. Langzaam maar zeker hoorde hij de instrumenten, gemengd met het geluid van vrolijke pratende mensen. Toen hij zijn ogen weer opende, kon hij ze niet geloven. Hij was nog steeds in hetzelfde gebouw, maar het leefde, zoals het had geleefd op de eerste dag dat hij er binnenstapte. De winkel was vol met mensen, ze praatten, lachten en zochten bloemen uit.

Hij kon z’n ogen gewoonweg niet geloven. Alles was precies zoals het ooit was geweest. Alles dat hij zich herinnerde, maar ook alles dat hij zich niet meer herinnerde. De kleuren, de geur van verse bloemen, deze plotselinge reis naar het verleden, het deed hem bijna vergeten dat hij in werkelijkheid heel verdrietig was. Langzaam liep hij rond in de winkel, met zijn vingers langs de muren, de planken, de bloemen, nog steeds in ongeloof dat alles dat hij zag echt was. Maar het leek echt, en het voelde zeker echt, terwijl John met zijn vingers langs de blaadjes van een paar prachtige anjers streek, de favoriete bloemen van Mary. “Meneer, zou u zo vriendelijk willen zijn om de bloemen niet om zeep te helpen?” zei een stem van achter hem. John verstijfde. Niet omdat hij zich betrapt voelde, maar omdat hij die stem kende. Hij kende die stem maar al te goed en hij had nooit verwacht dat hij die ooit nog zou horen. “Meneer!” herhaalde de stem, “wilt u alstublieft stoppen met het aanraken van de bloemen?” John haalde snel zijn hand weg en trachtte zich om te draaien. Maar zijn voeten werkten niet mee, alsof hij vastgenageld stond op vloer. Maar hij moest en zou omdraaien. Hij moest met eigen ogen zien wat hij onmogelijk zou kunnen zien. Langzaam draaide hij zich om, en hij voelde hoe zijn hart een miljoen slagen per minuut sloeg..

“Mmary, ben jij dat echt?” stotterde hij.


blog comments powered by Disqus

Taalkeuze

De Roman

Dinner with God on Facebook

Latest comments